Webanalytics: Hoe beginnen? (Deel 1)

Het is nauwelijks voor te stellen maar er zijn e-commerce websites die geen gebruik maken van webanalytics. De waardevolle inzichten die kunnen ontstaan uit het meten en analyseren van het klikgedrag van bezoekers zijn onmisbaar om succesvol te operen op het internet.

De officiële definitie van webanalytics is volgens de Webanalytics Association (WAA): Het objectief vastleggen, meten, rapporteren en analyseren van kwantitatieve internet data met als doel het verbeteren van websites en van de online communicatie.”

Deze serie over Webanalytics helpt de ondernemer met het starten van Webanalytics:
Deel 1: Stel doelstellingen op
Deel 2: Vertaal doelstellingen naar KPI’s
Deel 3: Pakketselectie en instellen account
Deel 4: Intepretatie Webanalytics data

Webanalytics = verlichting in een winkel
Het beginnen met webanalytics is vergelijkbaar met het aanzetten van de verlichting in een fysieke winkel. Veronderstellend dat deze verlichting noodzakelijk is om klanten goed te kunnen waarnemen, is dit in beginsel wat een webanalytics pakket doet. De echte meerwaarde t.o.v. de fysieke winkel ligt in het feit dat alle klikken die de bezoekers doen meetbaar zijn. Je kan bijvoorbeeld zien waar bezoekers de online winkel verlaten, via welke bronnen de bezoekers binnenkomen of wat de meest populaire pagina’s zijn.
Dit zijn voorbeelden van rapportages die standaard in vrijwel elk webanalytics pakket aanwezig zijn. Zo zijn er, afhankelijk van het webanalytics pakket, nog tientallen tot meer dan duizend rapportages beschikbaar.

Heldere doelstellingen
Om door de bomen het bos te zien is het belangrijk dat je begint met het opstellen van meetbare doelen voor de website. Zorg ervoor dat deze doelen volgens het S.M.A.R.T-principe (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) opgesteld worden. Bedenk dat het belangrijkst is om deze simpel te houden!

Stel hierbij vragen als:
– Wat is de verhouding van adwords investeringen / opbrengsten?
– Op welke keywords komt het meeste kwalitatieve bezoek naar je site?
– Hoe lang mag een gemiddeld sitebezoek duren?
– Wat is de verhouding van het bezoek uit zoekmachines en direct verkeer?
– Prognose kosten, omzet en winst?
– Hoeveel bezoekers wil je per maand trekken?

Om doelstellingen goed meetbaar te maken kunnen deze worden omgezet in KPI’s (Key Performance Indicators). Deze ratio’s geven inzicht in hoe een bepaalde doelstelling zich ontwikkelt ten opzichte van een vorige periode. Wat zijn voorbeelden van goede KPI’s? Hoe worden KPI’s gerapporteerd? Hier zal ik in deel twee dieper op ingaan.

Van virtueel naar reëel op Picnic 08

Spreker op Picnic 08

Het officiële thema van het jaarlijkse crossmedia-event Picnic was dit jaar ‘Collaborative creativity’.  Oftwel, hoe werk je samen (over nationale en mediale grenzen) om iets nieuws te creëren.  Maar voor mij was het thema dit jaar de overgang van het digitale naar het persoonlijke, of van het virtuele naar het reëele.

 

Inspiratie in overvloed
Toegegeven, het is verleidelijk meesmuilend te reageren op het iphone zwaaiende (check!), ringbebaarde (check!), hip geklede (check!), livebloggende (check!) internetpubliek wat hier eens per jaar samenkomt maar eerlijk is eerlijk: Picnic is ongelofelijk inspirerend.  Op het Westergasterrein gonst het van de ideeën, creativiteit, futurisme, connectiviteit en visie.  Als je een heatmap zou maken van het inspiratieniveau in Amsterdam zou het Westerpark een helderrode vlek zijn.  En zo iets is precies het soort data-overlap waar de visionairen op Picnic ons dit jaar mee confronteerden: data als extra laag op de echte wereld.

 

Augemented reality
Op de themamiddag ‘Augmented reality’ kreeg dit concept letterlijk vorm: de koppeling tussen de echte en de virtuele wereld, dus tussen reality en virtual reality heet augmented reality.  Augmented, letterlijk ‘verhoogde’ realiteit, maakt de koppeling tussen de echte wereld en de dataverrijking die beschikbaar is online.  Wat betekent dat?  Nou, bijvoorbeeld dat je je mobiele telefoon met de camera naar een gebouw wijst , en je telefoon registreert je locatie (via gps), je kijkrichting (met een kompas) en de kijkhoek (met een accelerometer) en bepaalt daarmee waarnaar je kijkt.  Die informatie kan gebruikt worden om via het internet een koppeling te maken met de informatie die beschikbaar is over het object waarnaar je de camera wijst.  Ben je dus op vakantie in Parijs en kijk je door je camera naar het Louvre, dan kan een dergelijke applicatie je niet alleen de naam van dat gebouw melden, maar ook de mogelijkheid om extra informatie in te winnen, zoals de nieuwe expositie, de openingstijden, Segway personal transporter op Picnic 08noem maar op.  Koppel dit met een intuitief micropayment systeem en je kunt meteen voor toegang betalen waarna je mobieltje middels een barcode op je schermpje het toegangskaartje wordt.  In de toekomst kan dit soort dataverrijking geprojecteerd worden op de binnenkant van een bril of zelfs contactlens, als nanotechnologie dat mogelijk maakt.

 

Eindeloze mogelijkheden
Ga ik nu te ver?  Wellicht zit ik nog in de roes van de eindeloze mogelijkheden.  Ik blog dit tenslotte in de zon, met een biertje, op het terrein waar ik net met allerlei fantastische ideeën ben geconfronteerd.  En ik heb toevallig wel net een werkende applicatie gezien van een papieren magazine wat je voor je computer openslaat met de webcam aan, waarna het beeld van jouw interactie met het magazine wordt verrijkt met multimediale data op de computer. Zo druk je op een foto van een autodashboard op je papieren bladzij, en op het beeld van je webcam gaat het dashboard op diezelfde pagina plotseling leven, met gps informatie en andere bewegende beelden.  Deze technologie van het Duitse Metaio heet Unifeye Print.  Voor de webshop heeft Metaio Unifeye Viewer Online Shopping waarbij de klant virtuele 3d modellen van bijvoorbeeld meubels kan plaatsen in een 2d foto van hun eigen huis.

 

Het internet informeert de realiteit
Ook op andere gebieden heb ik talloze voorbeelden gezien van manieren waarop de grens tussen de realiteit en de virtuele wereld wordt vervaagd.  Maar, integenstelling tot de afgelopen 20 jaar niet op een manier waarbij de echte wereld wordt gedigitaliseerd, maar op een manier waarbij de echte wereld wordt verrijkt met digitale data. Het internet informeert de realiteit.  En laten we wel wezen, wat zien we nou eigenlijk met onze eigen ogen? Alleen het object, niet de data die er achter schuilgaat.  In een museum kunnen we naar een schilderij kijken en ervan genieten.  Maar Hyves wil ons de mogelijkheid bieden om die informatie te delen met onze vrienden.  In de auto zitten we met onze telefoon in onze zak.  Maar die telefoon kan ook data uitzenden om andere gebruikers te vertellen hoe snel we rijden, en op die manier een crowdsourced, real-time informatiebron zijn voor de files in het land.  Niet alleen op de snelweg, maar op elke weg.

 

Toepassingen ook voor niet internet-gerelateerde producten
Zelfs gewone producten, die niks met het internet te maken hebben, worden verbonden met de ‘data-laag’.  Rafi Haladjian van Violet demonstreerde in een fascinerende presentatie zijn Mir:ror, die elk object kan verbinden met het internet door middel van een RFid tag.  Wat heb je hieraan?  Nou, plak een RFid tag op je pillendoosje en je kan dit object automatisch verrijken met extra data, zoals wanneer je het hebt ingenomen of achtergrondinformatie over de effecten.  Elk object in je huis kun je een RFid tag geven en dit gebruiken om extra data toe te voegen aan dit object, niet alleen zelf maar in collaboratie met anderen, iets waar het internet natuurlijk uitermate geschikt voor is.

CeNSE is bezig om door middel van nanotechnologie objecten in de echte wereld minuscule meetinstrumenten mee te geven.  Zo kan een fabriek op tijd zien wanneer een pomp het dreigt te begeven, en niet pas als dit is gebeurd en het gif over de werkvloer stroomt.  Maar ook de consument kan een product in de supermarkt scannen om te kijken wat de samenstelling is, en deze informatie dan weer delen met anderen.Sprekers op Picnic 08

 

De mens als informatietool?
De mens wordt door al dit toevoegen van informatie, het meten, taggen en anderzins verrijken van producten zelf een informatietool, en het totaal van deze informatie kan gebruikt worden door het totaal van de mensheid.  Ook helpt deze context bij het creeëren van het ‘semantic web’, het nieuwe web waarbij elk woord een betekenis heeft, niet alleen voor de mens die het leest maar ook voor bijvoorbeeld de search engine die het categoriseert.

 

Wat betekent dit voor mij?
Allemaal vaag?  Misschien.  Allemaal irrelevant?  Vergeet het maar.  In de toekomst, voorspelt Gisel Hiscock, Director New Business Development EMEA voor Google, gaan meer mensen het web op via hun mobieltje dan via de computer.  Negeer zo’n uitspraak maar eens als webshop.  Ook de nieuwe vormen van interactie van mensen met hun producten en de crossover tussen realiteit en virtualiteit wordt buitengewoon relevant voor ecommerce, evenals de opkomst van location awareness.  Tenslotte is de nog steeds toenemende groep mensen die actief deelneemt aan sociale netwerken (500 miljoen, and counting…) een niet te negeren fenomeen voor ecommerce partijen.

Meteen iets mee doen?  Misschien niet, maar de slimme ondernemer stelt zich wel degelijk in op toekomstige ontwikkelingen.  Amazon deed dat in de jaren ’90 al, en die hebben toch niet slecht geboerd.

Hoe presteert u online t.o.v. het gemiddelde?

Hoe presteert u online ten opzichte van het gemiddelde?

We weten allemaal dat online cijfers moeilijk te vergelijken zijn, cijfers hangen af van de branche, type product, doelgroep, campagnes etc etc. Maar toch, toch is het zo leuk om te zien hoe “de markt het gemiddeld doet” en hoe u ten opzichte van deze cijfers “het doet”.

Gisteren is er het rapport State of Retailing Online Profitability, Economy and Multichannel van Shop.org in samenwerking met Forrester uitgebracht waar o.a. de plannen, verwachtingen en performance van retailers in de VS onderzocht is. Van de 125 retailers die aan dit onderzoek hebben gedaan zijn o.a. de onderstaande cijfers verzameld:

Algemene performance cijfers uit het onderzoek
:

  • Conversion rate (total orders/total visits) 2.8%
  • Shopping cart abandonment rate 59%
  • First-page bounce rate 28%
  • Returns as percent of total orders 8%
  • Percent of orders not shipped because of canceled orders 3%
  • Percent of sales from repeat customers 36%
  • Percent of customers making second purchase in 12 months 28%
  • Length of time a retailer will keep an item in a shopping cart 70 days
  • Web site download time 3.7 seconds
  • Web site availability 99%
  • Average order value $133
  • Percent of products in circular ads also available online 85%
  • Percent of off-line SKUs offered online 73%
  • Percent of online SKUs unique to online channel 25%

En, “hoe doet u het”?

Voor wie niet genoeg van cijfers kan krijgen
Web analytics benchmark index: Fireclick
Tools om cijfers van uw concurrentie te bekijken (met name cijfers van grote websites):

Alexa

Compete

 

 

Verhuur je homepage net als onroerend goed

Je homepage is het duurste stukje onroerend goed op de website. Iedereen in de organisatie wil namelijk een stukje van de homepage. Productmanagement wil de meest populaire producten tonen, HR wil vacatures posten, communicatie de historie van het bedrijf, finance de cijfers voor de aandeelhouders etc. Maar ja, is de webshop daar wel de juiste plek voor? Als ik wil winkelen, wat moet ik dan met vacatures en de jaarcijfers?

Je kostbare onroerend goed laten gebruiken door andere afdelingen?
Als je veel investeert in een webshop in de verwachting dat deze een substantiële bijdrage aan de omzet gaat leveren, moet je dan wel je kostbare onroerend goed voor een prikkie laten gebruiken door andere afdelingen? Ik zou een behoorlijke huurprijs vragen.

Maar hoe stel je de huurprijs nu vast?
Allereerst is het goed vast te stellen dat niet alle onroerend goed op een A locatie even duur is. Ik stel voor een scheiding te maken tussen ‘boven de pagefold’ en ‘beneden de pagefold’. Boven de pagefold is wat je ziet op de homepage zonder te scrollen.  Dit is het duurste stukje omdat iedereen die op de homepagina komt het ziet. Deze zou ik niet verhuren maar reserveren voor alles wat geld oplevert. Dus bij een webshop is dit het verkoopbare waar en alle diensten die je biedt om de klant te overtuigen over te gaan tot aankoop.

Zo blijven de delen onder de pagefold over. Deze zijn te verhuren. Niet verkopen maar verhuren. Je moet altijd het huurcontract op kunnen zeggen op het moment dat je online waarde propositie dit vereist.

Een huurprijs is iets kwantitatiefs – een bedrag. Deze wordt beinvloed door gevoel; een plekje aan het water is duurder dan aan een drukke weg. Een homepage is duurder dan een reguliere contentpagina of footer.

Te duur?
Wat is het bedrag? Dat zijn de opportunity kosten oftewel wat had je kunnen verdienen met dat stukje onroerend goed als je daar een verkoopbaar product had neergezet. Is dat te duur? Biedt ze dan een plek aan in de footer. Dat is de plek waar dit soort informatie thuis hoort.

De toekomst van interactie

De toekomst van interactieIk had het laatst met een collega over een belangrijk verschil tussen de normale winkelervaring en de online ervaring: als je een gewone winkel ingaat voor een pak melk kom je naar buiten met een tas vol boodschappen. Online kom je meestal ‘naar buiten’ met het item waarnaar je op zoek was, hoe verwoed de pogingen tot cross- en upsell ook mogen zijn.

Echt vs virtueel
Dit heeft voornamelijk te maken met een aantal belangrijke fysieke verschillen tussen de webwinkel en de echte winkel, of liever gezegd tussen de computer interface en de realiteit. Een eerste belangrijk verschil is dat je in de echte wereld als het ware in- en uitzoomen in het niveau van detail wat je ziet. Je focust op dingen waar je de aandacht op richt, maar je neemt nog steeds waar in je perifere blikveld. Bovendien is de echte wereld in 3d, en dingen die dichterbij zijn, zijn groter en belangrijker in je blikveld dan dingen die ver weg zijn. Door te bewegen kun je het formaat van objecten laten varieren. Daarnaast is beweging in de echte wereld lineair, je ‘teletransporteert’ niet van de ingang van een winkel naar het gewenste product en van daaruit naar de kassa. Je moet eerst langs de versgebakken broodjes, de afgeprijsde rauwe ham en de deodorant waarvan je vergeten was dat de jouwe bijna leeg is.

Bij een website focus je ook (banner blindness, navigatie) maar het scherm is klein en de informatie beperkt. Perifere informatie op een website leidt vaak af van de taak en zorgt niet voor verleiding, maar voor afleiding. Je teletransporteert naar je doel en als dat niet snel en eenvoudig gaat zonder al te veel overbodige onzin teleporteer je gewoon helemaal weg uit de webshop. Moeten we ons als interaction designers en webwinkeliers hier maar bij neerleggen, of zal de technologie het op termijn mogelijk maken om de echte wereld beter na te bootsen online?

De toekomst nu?
Fascinerende demo’s op TED laten de toekomst van de manier waarop we het web beleven zien en geven hiermee ook een inzicht in de impact op commerciële websites. Field of vision wordt een kwestie van inzoomen of uitzoomen

1 plek bestaat uit vele niveaus en dimensies van aandacht van de gebruiker. Schermen worden multitouch en interfaces 3d.

De taak van de interaction designers is om hierop in te spelen, om met een nieuwe, zich constant ontwikkelende toolset de interacties van de toekomst te begrijpen en faciliteren.

Deze toekomst is dichter bij dan je denkt: de demo van Han is uit 2006, en nu al wordt multitouch dankzij de iPhone letterlijk naar de massa gebracht. Computers die Vista kunnen draaien zijn nu al meer dan krachtig genoeg om complexe 3d werelden te tonen. Een leuk voorbeeld van 3d navigatie is SpaceTime (www.spacetime.com), die 3d interactie mogelijk maken tussen webpagina’s en applicaties. Hier zijn ze met een demo voor een enthousiaste Robert Scoble:

Een ander, meer ‘designerige’ 3d interface komt van artiesten/ontwerpers WHITEvoid Interactive Art & Design. Zij ontwierpen een website die volkomen onconventieel is qua navigatie maar wel direct bruikbaar, alhans dat vond ik. Net als SpaceTime demonstreren zij hoe eenvoudig die overgang naar een 3d interactie op het web eigenlijk kan zijn. Tegelijkertijd moeten we onthouden dat hier feitelijk niets anders gebeurt dan dat er een coole 3d interface gegeven wordt aan 2d omgevingen, en zonder multitouch. Bedenk dan wat er mogelijk is met multitouch en ware 3d. Johnny Chung Lee geeft alvast een voorproefje met een gehackte Wii:

Schaalbaar denken
Waarom is dit relevant om nu over na te denken? UX design gaat over de raaklijn van de menselijke waarneming en de computer interface, en dankzij de snelheid van de technologische vooruitgang en de manier waarop mensen hiermee omgaan moet je schaalbaar denken in je oplossingen, ook nu al en ook in je eigen webshop.

Deze inzichten zijn namelijk ook gewoon heel relevant voor de webshop van vandaag. Ook hier kun je gebruik maken van het perifere gezichtsveld door de juiste extra informatie te tonen op het juiste moment. Als je maar zorgt dat je de primaire taak niet doorkruist, dat je verleidt maar niet afleidt.

Als de klant haar voorkeur kenbaar heeft gemaakt maar ook voldoende ruimte heeft voor focus op de omgeving kun je bijvoorbeeld complementerende producten of impulsaankoopproducten tonen. En kunnen we een voorbeeld nemen aan bedrijven als IKEA nemen die onderweg naar de kassa nog zo’n leuk goedkoop nachtkastje of grote doos waxinelichtjes neer te zetten. Zijn er mogelijkheden om dergelijke ‘doorloopmomenten’ te gebruiken op het web? Staat de ‘teletransportatie’ van hyperlinks een lineaire beleving volledig in de weg, of liggen er bijvoorbeeld in het aanmaken van een account, het combineren van (affiliate) content en producten toch meer kansen dan nu benut worden om het web-equivalent van de waxinelichtjes in de basket te leggen? In hoeverre kunnen we een voorbeeld nemen aan de echte wereld om de online wereld aantrekkelijker voor webshoppers te maken?

Vast staat dat de nieuwe interactie-paradigma’s nu al worden ontwikkeld, de nieuwe conventies aan het evolueren zijn in gelijke tred met de technische ontwikelingen. Met een pragmatische, maar tegelijkertijd niet te nauwe kijk vanuit interaction design kun je als webshop hierop anticiperen.