3 tips om je nieuwsbrief inschrijvingen te verhogen

Op zoek naar concrete tips om het aantal nieuwsbrief inschrijvingen te verhogen?  Hieronder staan drie tips die snel uit te voeren zijn! Er wordt in de artikel verder ingegaan op de opmaak van het inschrijfformulier.

Tip 1: Maak het makkelijk

Wil je dat een bezoeker zich inschrijft? Maak het dan makkelijk om in te schrijven. Haal drempels weg die voorkomen dat iemand zich inschrijft. Een manier om deze drempels weg te halen is het minimaliseren van het aantal invulvelden. Zo is het vragen van een e-mailadres en voornaam al meer dan voldoende.

Goed voorbeeld is Wehkamp:

Nieuwsbrief Wehkamp.nl

Slecht voorbeeld is Managersonline.nl. Hier moeten maar liefst 19 velden worden ingevuld! Heb je meer gegevens nodig van iemand die zich inschrijft? Laat hem/haar bij de welkomstmail de mogelijkheid geven zijn profiel aan te vullen.

Tip 2: Maak het overal beschikbaar

Maak op de website plaats voor een standaardblok. In dit blok plaats je het aanmeldingsformulier. Op deze manier kan een bezoeker op elke pagina terug zien dat er een mogelijkheid is om in te schrijven. Ook Wehkamp is in dit geval een goed voorbeeld. Zij hebben het inschrijfformulier aan de rechterzijde van de webshop geplaatst.

Tip 3: Geef een voorbeeld

Ben je ook niet benieuwd wat je krijgt als je je ergens op abonneert? Het is belangrijk om de bezoeker een indruk te geven van de nieuwsbrief. Dit kun je doen door een voorbeeld nieuwsbrief te laten zien of een link naar de nieuwsbrief archief op te nemen. Geef ook aan hoe vaak de nieuwsbrief wordt verstuurd. Meestal is het gebruikelijk om 1 of 2x per maand een nieuwsbrief te versturen.

Webanalytics: Hoe beginnen? (Deel 1)

Het is nauwelijks voor te stellen maar er zijn e-commerce websites die geen gebruik maken van webanalytics. De waardevolle inzichten die kunnen ontstaan uit het meten en analyseren van het klikgedrag van bezoekers zijn onmisbaar om succesvol te operen op het internet.

De officiële definitie van webanalytics is volgens de Webanalytics Association (WAA): Het objectief vastleggen, meten, rapporteren en analyseren van kwantitatieve internet data met als doel het verbeteren van websites en van de online communicatie.”

Deze serie over Webanalytics helpt de ondernemer met het starten van Webanalytics:
Deel 1: Stel doelstellingen op
Deel 2: Vertaal doelstellingen naar KPI’s
Deel 3: Pakketselectie en instellen account
Deel 4: Intepretatie Webanalytics data

Webanalytics = verlichting in een winkel
Het beginnen met webanalytics is vergelijkbaar met het aanzetten van de verlichting in een fysieke winkel. Veronderstellend dat deze verlichting noodzakelijk is om klanten goed te kunnen waarnemen, is dit in beginsel wat een webanalytics pakket doet. De echte meerwaarde t.o.v. de fysieke winkel ligt in het feit dat alle klikken die de bezoekers doen meetbaar zijn. Je kan bijvoorbeeld zien waar bezoekers de online winkel verlaten, via welke bronnen de bezoekers binnenkomen of wat de meest populaire pagina’s zijn.
Dit zijn voorbeelden van rapportages die standaard in vrijwel elk webanalytics pakket aanwezig zijn. Zo zijn er, afhankelijk van het webanalytics pakket, nog tientallen tot meer dan duizend rapportages beschikbaar.

Heldere doelstellingen
Om door de bomen het bos te zien is het belangrijk dat je begint met het opstellen van meetbare doelen voor de website. Zorg ervoor dat deze doelen volgens het S.M.A.R.T-principe (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) opgesteld worden. Bedenk dat het belangrijkst is om deze simpel te houden!

Stel hierbij vragen als:
– Wat is de verhouding van adwords investeringen / opbrengsten?
– Op welke keywords komt het meeste kwalitatieve bezoek naar je site?
– Hoe lang mag een gemiddeld sitebezoek duren?
– Wat is de verhouding van het bezoek uit zoekmachines en direct verkeer?
– Prognose kosten, omzet en winst?
– Hoeveel bezoekers wil je per maand trekken?

Om doelstellingen goed meetbaar te maken kunnen deze worden omgezet in KPI’s (Key Performance Indicators). Deze ratio’s geven inzicht in hoe een bepaalde doelstelling zich ontwikkelt ten opzichte van een vorige periode. Wat zijn voorbeelden van goede KPI’s? Hoe worden KPI’s gerapporteerd? Hier zal ik in deel twee dieper op ingaan.

Van virtueel naar reëel op Picnic 08

Spreker op Picnic 08

Het officiële thema van het jaarlijkse crossmedia-event Picnic was dit jaar ‘Collaborative creativity’.  Oftwel, hoe werk je samen (over nationale en mediale grenzen) om iets nieuws te creëren.  Maar voor mij was het thema dit jaar de overgang van het digitale naar het persoonlijke, of van het virtuele naar het reëele.

 

Inspiratie in overvloed
Toegegeven, het is verleidelijk meesmuilend te reageren op het iphone zwaaiende (check!), ringbebaarde (check!), hip geklede (check!), livebloggende (check!) internetpubliek wat hier eens per jaar samenkomt maar eerlijk is eerlijk: Picnic is ongelofelijk inspirerend.  Op het Westergasterrein gonst het van de ideeën, creativiteit, futurisme, connectiviteit en visie.  Als je een heatmap zou maken van het inspiratieniveau in Amsterdam zou het Westerpark een helderrode vlek zijn.  En zo iets is precies het soort data-overlap waar de visionairen op Picnic ons dit jaar mee confronteerden: data als extra laag op de echte wereld.

 

Augemented reality
Op de themamiddag ‘Augmented reality’ kreeg dit concept letterlijk vorm: de koppeling tussen de echte en de virtuele wereld, dus tussen reality en virtual reality heet augmented reality.  Augmented, letterlijk ‘verhoogde’ realiteit, maakt de koppeling tussen de echte wereld en de dataverrijking die beschikbaar is online.  Wat betekent dat?  Nou, bijvoorbeeld dat je je mobiele telefoon met de camera naar een gebouw wijst , en je telefoon registreert je locatie (via gps), je kijkrichting (met een kompas) en de kijkhoek (met een accelerometer) en bepaalt daarmee waarnaar je kijkt.  Die informatie kan gebruikt worden om via het internet een koppeling te maken met de informatie die beschikbaar is over het object waarnaar je de camera wijst.  Ben je dus op vakantie in Parijs en kijk je door je camera naar het Louvre, dan kan een dergelijke applicatie je niet alleen de naam van dat gebouw melden, maar ook de mogelijkheid om extra informatie in te winnen, zoals de nieuwe expositie, de openingstijden, Segway personal transporter op Picnic 08noem maar op.  Koppel dit met een intuitief micropayment systeem en je kunt meteen voor toegang betalen waarna je mobieltje middels een barcode op je schermpje het toegangskaartje wordt.  In de toekomst kan dit soort dataverrijking geprojecteerd worden op de binnenkant van een bril of zelfs contactlens, als nanotechnologie dat mogelijk maakt.

 

Eindeloze mogelijkheden
Ga ik nu te ver?  Wellicht zit ik nog in de roes van de eindeloze mogelijkheden.  Ik blog dit tenslotte in de zon, met een biertje, op het terrein waar ik net met allerlei fantastische ideeën ben geconfronteerd.  En ik heb toevallig wel net een werkende applicatie gezien van een papieren magazine wat je voor je computer openslaat met de webcam aan, waarna het beeld van jouw interactie met het magazine wordt verrijkt met multimediale data op de computer. Zo druk je op een foto van een autodashboard op je papieren bladzij, en op het beeld van je webcam gaat het dashboard op diezelfde pagina plotseling leven, met gps informatie en andere bewegende beelden.  Deze technologie van het Duitse Metaio heet Unifeye Print.  Voor de webshop heeft Metaio Unifeye Viewer Online Shopping waarbij de klant virtuele 3d modellen van bijvoorbeeld meubels kan plaatsen in een 2d foto van hun eigen huis.

 

Het internet informeert de realiteit
Ook op andere gebieden heb ik talloze voorbeelden gezien van manieren waarop de grens tussen de realiteit en de virtuele wereld wordt vervaagd.  Maar, integenstelling tot de afgelopen 20 jaar niet op een manier waarbij de echte wereld wordt gedigitaliseerd, maar op een manier waarbij de echte wereld wordt verrijkt met digitale data. Het internet informeert de realiteit.  En laten we wel wezen, wat zien we nou eigenlijk met onze eigen ogen? Alleen het object, niet de data die er achter schuilgaat.  In een museum kunnen we naar een schilderij kijken en ervan genieten.  Maar Hyves wil ons de mogelijkheid bieden om die informatie te delen met onze vrienden.  In de auto zitten we met onze telefoon in onze zak.  Maar die telefoon kan ook data uitzenden om andere gebruikers te vertellen hoe snel we rijden, en op die manier een crowdsourced, real-time informatiebron zijn voor de files in het land.  Niet alleen op de snelweg, maar op elke weg.

 

Toepassingen ook voor niet internet-gerelateerde producten
Zelfs gewone producten, die niks met het internet te maken hebben, worden verbonden met de ‘data-laag’.  Rafi Haladjian van Violet demonstreerde in een fascinerende presentatie zijn Mir:ror, die elk object kan verbinden met het internet door middel van een RFid tag.  Wat heb je hieraan?  Nou, plak een RFid tag op je pillendoosje en je kan dit object automatisch verrijken met extra data, zoals wanneer je het hebt ingenomen of achtergrondinformatie over de effecten.  Elk object in je huis kun je een RFid tag geven en dit gebruiken om extra data toe te voegen aan dit object, niet alleen zelf maar in collaboratie met anderen, iets waar het internet natuurlijk uitermate geschikt voor is.

CeNSE is bezig om door middel van nanotechnologie objecten in de echte wereld minuscule meetinstrumenten mee te geven.  Zo kan een fabriek op tijd zien wanneer een pomp het dreigt te begeven, en niet pas als dit is gebeurd en het gif over de werkvloer stroomt.  Maar ook de consument kan een product in de supermarkt scannen om te kijken wat de samenstelling is, en deze informatie dan weer delen met anderen.Sprekers op Picnic 08

 

De mens als informatietool?
De mens wordt door al dit toevoegen van informatie, het meten, taggen en anderzins verrijken van producten zelf een informatietool, en het totaal van deze informatie kan gebruikt worden door het totaal van de mensheid.  Ook helpt deze context bij het creeëren van het ‘semantic web’, het nieuwe web waarbij elk woord een betekenis heeft, niet alleen voor de mens die het leest maar ook voor bijvoorbeeld de search engine die het categoriseert.

 

Wat betekent dit voor mij?
Allemaal vaag?  Misschien.  Allemaal irrelevant?  Vergeet het maar.  In de toekomst, voorspelt Gisel Hiscock, Director New Business Development EMEA voor Google, gaan meer mensen het web op via hun mobieltje dan via de computer.  Negeer zo’n uitspraak maar eens als webshop.  Ook de nieuwe vormen van interactie van mensen met hun producten en de crossover tussen realiteit en virtualiteit wordt buitengewoon relevant voor ecommerce, evenals de opkomst van location awareness.  Tenslotte is de nog steeds toenemende groep mensen die actief deelneemt aan sociale netwerken (500 miljoen, and counting…) een niet te negeren fenomeen voor ecommerce partijen.

Meteen iets mee doen?  Misschien niet, maar de slimme ondernemer stelt zich wel degelijk in op toekomstige ontwikkelingen.  Amazon deed dat in de jaren ’90 al, en die hebben toch niet slecht geboerd.

Hoe presteert u online t.o.v. het gemiddelde?

Hoe presteert u online ten opzichte van het gemiddelde?

We weten allemaal dat online cijfers moeilijk te vergelijken zijn, cijfers hangen af van de branche, type product, doelgroep, campagnes etc etc. Maar toch, toch is het zo leuk om te zien hoe “de markt het gemiddeld doet” en hoe u ten opzichte van deze cijfers “het doet”.

Gisteren is er het rapport State of Retailing Online Profitability, Economy and Multichannel van Shop.org in samenwerking met Forrester uitgebracht waar o.a. de plannen, verwachtingen en performance van retailers in de VS onderzocht is. Van de 125 retailers die aan dit onderzoek hebben gedaan zijn o.a. de onderstaande cijfers verzameld:

Algemene performance cijfers uit het onderzoek
:

  • Conversion rate (total orders/total visits) 2.8%
  • Shopping cart abandonment rate 59%
  • First-page bounce rate 28%
  • Returns as percent of total orders 8%
  • Percent of orders not shipped because of canceled orders 3%
  • Percent of sales from repeat customers 36%
  • Percent of customers making second purchase in 12 months 28%
  • Length of time a retailer will keep an item in a shopping cart 70 days
  • Web site download time 3.7 seconds
  • Web site availability 99%
  • Average order value $133
  • Percent of products in circular ads also available online 85%
  • Percent of off-line SKUs offered online 73%
  • Percent of online SKUs unique to online channel 25%

En, “hoe doet u het”?

Voor wie niet genoeg van cijfers kan krijgen
Web analytics benchmark index: Fireclick
Tools om cijfers van uw concurrentie te bekijken (met name cijfers van grote websites):

Alexa

Compete

 

 

Verhuur je homepage net als onroerend goed

Je homepage is het duurste stukje onroerend goed op de website. Iedereen in de organisatie wil namelijk een stukje van de homepage. Productmanagement wil de meest populaire producten tonen, HR wil vacatures posten, communicatie de historie van het bedrijf, finance de cijfers voor de aandeelhouders etc. Maar ja, is de webshop daar wel de juiste plek voor? Als ik wil winkelen, wat moet ik dan met vacatures en de jaarcijfers?

Je kostbare onroerend goed laten gebruiken door andere afdelingen?
Als je veel investeert in een webshop in de verwachting dat deze een substantiële bijdrage aan de omzet gaat leveren, moet je dan wel je kostbare onroerend goed voor een prikkie laten gebruiken door andere afdelingen? Ik zou een behoorlijke huurprijs vragen.

Maar hoe stel je de huurprijs nu vast?
Allereerst is het goed vast te stellen dat niet alle onroerend goed op een A locatie even duur is. Ik stel voor een scheiding te maken tussen ‘boven de pagefold’ en ‘beneden de pagefold’. Boven de pagefold is wat je ziet op de homepage zonder te scrollen.  Dit is het duurste stukje omdat iedereen die op de homepagina komt het ziet. Deze zou ik niet verhuren maar reserveren voor alles wat geld oplevert. Dus bij een webshop is dit het verkoopbare waar en alle diensten die je biedt om de klant te overtuigen over te gaan tot aankoop.

Zo blijven de delen onder de pagefold over. Deze zijn te verhuren. Niet verkopen maar verhuren. Je moet altijd het huurcontract op kunnen zeggen op het moment dat je online waarde propositie dit vereist.

Een huurprijs is iets kwantitatiefs – een bedrag. Deze wordt beinvloed door gevoel; een plekje aan het water is duurder dan aan een drukke weg. Een homepage is duurder dan een reguliere contentpagina of footer.

Te duur?
Wat is het bedrag? Dat zijn de opportunity kosten oftewel wat had je kunnen verdienen met dat stukje onroerend goed als je daar een verkoopbaar product had neergezet. Is dat te duur? Biedt ze dan een plek aan in de footer. Dat is de plek waar dit soort informatie thuis hoort.