Haal nog meer uit Google Analytics

Google Analytics is de gratis web analytics tool van Google. Enkele maanden geleden heeft Google een aantal verbeteringen aangebracht in Google Analytics. Met deze verbeteringen heeft Google een behoorlijke stap gezet om een serieuze concurrent te worden van Yahoo Analytics (voorheen IndexTools) maar ook van betaalde web analytics pakketten. Ik merk dat nog weinig bedrijven gebruik maken van de nieuwe features van Google Analytics en dat is zonde! In dit artikel probeer ik duidelijk te maken waarom dit zonde is.

Om gelijk met de deur in huis te vallen. De belangrijkste verbeteringen aan Google Analytics zijn:

1.De Segmentatie module
2.Custom reporting
3.Data export API
4.Motion charts

1.Segmentatie module

Zonder segmentatie mogelijkheden kan veel minder waarde uit web analytics data worden gehaald. Uit een web analytics pakket rollen duizenden cijfers om meer context te geven aan deze data is het belangrijk om op te splitsen in relevantie segmenten. Doe geen uitspraken op basis van je algemene data omdat je er dan vanuit gaat dat elke bezoeker met het zelfde doel op de je site komt. Segmenten zijn groepen van bezoekers die gemeenschappelijke eigenschappen hebben. Zo zou je bijvoorbeeld onderscheid kunnen maken tussen loyale bezoekers, snelle beslissers en verkenners. Met de segmentatiemodule kun je de data die bij deze groepen hoort apart analyseren. Bovendien kun je bijvoorbeeld nagaan waar verkenners de site vaak verlaten of hoe lang het duurt voordat ze een (koop) beslissing nemen.

De volgende afbeelding toont het overzicht van segmenten in Google Analytics. Standaard heeft Google een aantal segmenten ingesteld (standaard segmenten). Natuurlijk kun je zelf ook segmenten maken (aangepaste segmenten).

Om een nieuwe segment te maken klik je op ‘Nieuw aangepast segment maken’:

We willen graag een segment aanmaken waarmee we loyale bezoekers kunnen filteren uit het totale bezoek. In het menu kun je een keuze maken uit dimensies en statistieken.

Als criteria voor een ‘loyale bezoeker’ gebruiken we de dimensie ‘returning visitor’ (terugkerende bezoeker). En als statistiek gebruiken we dat deze terugkerende bezoeker minimaal 3 minuten op de site moet zijn. Dit is een eenvoudig voorbeeld. Je kan nog veel meer dimensies en statistieken toevoegen aan een segment.Wanneer je klikt op ‘test segment’ zie je dat 1095 bezoeken van het totaal (8058) voldoen aan de gestelde criteria.

Wanneer je het segment hebt opgeslagen kun je het toepassen op de rapporten binnen Google Analytics. Dit doe je door een rapport te openen en rechtsbovenin de pagina te klikken op ‘segmenten’. Zie onderstaande afbeelding als voorbeeld.


In het onderstaande voorbeeld zie je dat de data is gesegmenteerd op algemeen bezoek en loyale bezoekers. Hier kun je zien dat het aandeel loyale bezoeken een behoorlijk aandeel heeft in het behalen van conversie doelen. Blijkhaar heeft een groot deel van de bezoekers nog mimimaal één extra bezoek nodig om een besluit te nemen over een bepaalde actie (bijvoorbeeld een aankoop).

2. Custom reporting

Voordat Google de updates doorvoerde was het enkel mogelijk om standaard rapporten te vinden. Sinds Google het mogelijk maakt om eigen rapporten samen te stellen verrijkt dit de mogelijkheden.
Custom reporting stelt je in staat om zelf metrics en dimensies uit te kiezen die je in je rapport wil terug vinden. Hieronder een voorbeeld:

Ik wil graag weten op welk uur van de dag het meest kwalitatieve bezoek op mijn website komt. Als criteria hiervoor gebruik ik – time on site, pages/visit en bounce rate.

Stap 1: Kies uit het linkermenu voor ‘aangepaste rapporten’ en vervolgens op ‘nieuw aangepast rapport maken’.

Stap 2: Kies uit het linkermenu de variabelen (Metrics en Dimensions)

Stap 3: Bewerk de titel voor het rapport

Stap 4: Zet de variabelen naar de juiste dimensies / statistieken

Stap 5: Sla het rapport op

Stap 6: Bekijk de resultaten

Uit dit rapport blijkt rond 15:00 gemiddeld het meeste gekwalificeerde bezoek op de site komt. Hier zou je een (inter) actie aan kunnen koppelen om de conversiepunten te stimuleren.

3.Data export API

API staat voor Application Programming Interface. Op dit moment is deze functionaliteit nog niet publiek beschikbaar. Het is zeker een veelbelovende feature. Het stelt je namelijk in staat om data uit Google Analytics te uit te lezen in externe programma’s. Hierdoor kun je bijvoorbeeld waarschuwingen in te stellen wanneer je bounce rate een bepaald niveau heeft overschreden. Ook kun je hiermee je belangrijkste KPI’s in een gadget op Igoogle laden of de data in je eigen dashboard in Excel vertonen. Kortom API biedt een heleboel nieuwe mogelijkheden, nu nog afwachten tot het publiekelijk wordt gelanceerd.

4.Motion charts

Persoonlijk vind ik Motion Charts een hele gave toevoeging aan Google Analytics. Het is een nieuwe manier om je data te visualiseren. Wil je in één oogopslag zien hoe je Adwords campagne verloopt?
Bekijk het voorbeeld:


Klik op de afbeelding om hem te vergroten.

De gekleurde cirkels staan elk voor een keyword. Je ziet dat het gele keyword de meeste bezoekers oplevert maar ook het duurste is.  De omvang van de cirkel zegt iets over de click-through-rate (CTR).

Conclusie

De nieuwe features van Google Analytics maken dit product een steeds serieuzere speler in de web analytics markt. Het is nog niet vergelijkbaar met de duurdere web analytics pakketten maar kruipt langzaam aan wel die rinchting in. De features geven veel meer mogelijkheden om je data te interpreteren. Hierdoor is minder analytische kennis nodig om uitspraken te doen over het klik- en bezoekgedrag op je website. Heb je vragen en/of opmerkingen over dit artikel? Onder het artikel kun je een bericht achterlaten.

Interessante artikelen over de nieuwe functionaliteiten van Google Analytics:

Google Analytics: Creating Advanced Segments and an Issue
Google Analytics Releases Advanced Segmentation: Now Be A Ninja!

How and When to Use Custom Reports in Google Analytics

New Google Analytics Segmentation Feature Rocks for Ecommerce

Van virtueel naar reëel op Picnic 08

Spreker op Picnic 08

Het officiële thema van het jaarlijkse crossmedia-event Picnic was dit jaar ‘Collaborative creativity’.  Oftwel, hoe werk je samen (over nationale en mediale grenzen) om iets nieuws te creëren.  Maar voor mij was het thema dit jaar de overgang van het digitale naar het persoonlijke, of van het virtuele naar het reëele.

 

Inspiratie in overvloed
Toegegeven, het is verleidelijk meesmuilend te reageren op het iphone zwaaiende (check!), ringbebaarde (check!), hip geklede (check!), livebloggende (check!) internetpubliek wat hier eens per jaar samenkomt maar eerlijk is eerlijk: Picnic is ongelofelijk inspirerend.  Op het Westergasterrein gonst het van de ideeën, creativiteit, futurisme, connectiviteit en visie.  Als je een heatmap zou maken van het inspiratieniveau in Amsterdam zou het Westerpark een helderrode vlek zijn.  En zo iets is precies het soort data-overlap waar de visionairen op Picnic ons dit jaar mee confronteerden: data als extra laag op de echte wereld.

 

Augemented reality
Op de themamiddag ‘Augmented reality’ kreeg dit concept letterlijk vorm: de koppeling tussen de echte en de virtuele wereld, dus tussen reality en virtual reality heet augmented reality.  Augmented, letterlijk ‘verhoogde’ realiteit, maakt de koppeling tussen de echte wereld en de dataverrijking die beschikbaar is online.  Wat betekent dat?  Nou, bijvoorbeeld dat je je mobiele telefoon met de camera naar een gebouw wijst , en je telefoon registreert je locatie (via gps), je kijkrichting (met een kompas) en de kijkhoek (met een accelerometer) en bepaalt daarmee waarnaar je kijkt.  Die informatie kan gebruikt worden om via het internet een koppeling te maken met de informatie die beschikbaar is over het object waarnaar je de camera wijst.  Ben je dus op vakantie in Parijs en kijk je door je camera naar het Louvre, dan kan een dergelijke applicatie je niet alleen de naam van dat gebouw melden, maar ook de mogelijkheid om extra informatie in te winnen, zoals de nieuwe expositie, de openingstijden, Segway personal transporter op Picnic 08noem maar op.  Koppel dit met een intuitief micropayment systeem en je kunt meteen voor toegang betalen waarna je mobieltje middels een barcode op je schermpje het toegangskaartje wordt.  In de toekomst kan dit soort dataverrijking geprojecteerd worden op de binnenkant van een bril of zelfs contactlens, als nanotechnologie dat mogelijk maakt.

 

Eindeloze mogelijkheden
Ga ik nu te ver?  Wellicht zit ik nog in de roes van de eindeloze mogelijkheden.  Ik blog dit tenslotte in de zon, met een biertje, op het terrein waar ik net met allerlei fantastische ideeën ben geconfronteerd.  En ik heb toevallig wel net een werkende applicatie gezien van een papieren magazine wat je voor je computer openslaat met de webcam aan, waarna het beeld van jouw interactie met het magazine wordt verrijkt met multimediale data op de computer. Zo druk je op een foto van een autodashboard op je papieren bladzij, en op het beeld van je webcam gaat het dashboard op diezelfde pagina plotseling leven, met gps informatie en andere bewegende beelden.  Deze technologie van het Duitse Metaio heet Unifeye Print.  Voor de webshop heeft Metaio Unifeye Viewer Online Shopping waarbij de klant virtuele 3d modellen van bijvoorbeeld meubels kan plaatsen in een 2d foto van hun eigen huis.

 

Het internet informeert de realiteit
Ook op andere gebieden heb ik talloze voorbeelden gezien van manieren waarop de grens tussen de realiteit en de virtuele wereld wordt vervaagd.  Maar, integenstelling tot de afgelopen 20 jaar niet op een manier waarbij de echte wereld wordt gedigitaliseerd, maar op een manier waarbij de echte wereld wordt verrijkt met digitale data. Het internet informeert de realiteit.  En laten we wel wezen, wat zien we nou eigenlijk met onze eigen ogen? Alleen het object, niet de data die er achter schuilgaat.  In een museum kunnen we naar een schilderij kijken en ervan genieten.  Maar Hyves wil ons de mogelijkheid bieden om die informatie te delen met onze vrienden.  In de auto zitten we met onze telefoon in onze zak.  Maar die telefoon kan ook data uitzenden om andere gebruikers te vertellen hoe snel we rijden, en op die manier een crowdsourced, real-time informatiebron zijn voor de files in het land.  Niet alleen op de snelweg, maar op elke weg.

 

Toepassingen ook voor niet internet-gerelateerde producten
Zelfs gewone producten, die niks met het internet te maken hebben, worden verbonden met de ‘data-laag’.  Rafi Haladjian van Violet demonstreerde in een fascinerende presentatie zijn Mir:ror, die elk object kan verbinden met het internet door middel van een RFid tag.  Wat heb je hieraan?  Nou, plak een RFid tag op je pillendoosje en je kan dit object automatisch verrijken met extra data, zoals wanneer je het hebt ingenomen of achtergrondinformatie over de effecten.  Elk object in je huis kun je een RFid tag geven en dit gebruiken om extra data toe te voegen aan dit object, niet alleen zelf maar in collaboratie met anderen, iets waar het internet natuurlijk uitermate geschikt voor is.

CeNSE is bezig om door middel van nanotechnologie objecten in de echte wereld minuscule meetinstrumenten mee te geven.  Zo kan een fabriek op tijd zien wanneer een pomp het dreigt te begeven, en niet pas als dit is gebeurd en het gif over de werkvloer stroomt.  Maar ook de consument kan een product in de supermarkt scannen om te kijken wat de samenstelling is, en deze informatie dan weer delen met anderen.Sprekers op Picnic 08

 

De mens als informatietool?
De mens wordt door al dit toevoegen van informatie, het meten, taggen en anderzins verrijken van producten zelf een informatietool, en het totaal van deze informatie kan gebruikt worden door het totaal van de mensheid.  Ook helpt deze context bij het creeëren van het ‘semantic web’, het nieuwe web waarbij elk woord een betekenis heeft, niet alleen voor de mens die het leest maar ook voor bijvoorbeeld de search engine die het categoriseert.

 

Wat betekent dit voor mij?
Allemaal vaag?  Misschien.  Allemaal irrelevant?  Vergeet het maar.  In de toekomst, voorspelt Gisel Hiscock, Director New Business Development EMEA voor Google, gaan meer mensen het web op via hun mobieltje dan via de computer.  Negeer zo’n uitspraak maar eens als webshop.  Ook de nieuwe vormen van interactie van mensen met hun producten en de crossover tussen realiteit en virtualiteit wordt buitengewoon relevant voor ecommerce, evenals de opkomst van location awareness.  Tenslotte is de nog steeds toenemende groep mensen die actief deelneemt aan sociale netwerken (500 miljoen, and counting…) een niet te negeren fenomeen voor ecommerce partijen.

Meteen iets mee doen?  Misschien niet, maar de slimme ondernemer stelt zich wel degelijk in op toekomstige ontwikkelingen.  Amazon deed dat in de jaren ’90 al, en die hebben toch niet slecht geboerd.

Hoe zoek ik in Google?

Als 90% van alle internetters hun surfsessies starten met zoeken dan zou je denken dat het zoeken in Google een kunstvorm is geworden. Dus niet. De meeste mensen typen een hele riedel met tekst in en verwachten een goed resultaat. Dit kan frustrerend werken vooral voor de oudere mens. Deze column van Piet Grijs laat overduidelijk zien dat het zoeken op Google een kunst is. Om Grijs te helpen hier een lijst met manieren om Google te dwingen een relevant zoekresultaat te tonen.

1. Voeg meer woorden toe

Google zoekt alleen maar naar pagina’s waarop alle woorden voorkomen. Meer worden toevoegen aan de zoek levert dus minder maar meer relevante zoekresultaten (SERPs) op.

2. Laat woorden weg

Je kunt ook negatief zoeken. Dit betekent dat je Google aangeeft bepaalde woorden weg te laten uit de zoekresultaten. Om een woord uit te sluiten plaats je een minteken direct voor het betreffende woord.

3. Gebruik de Google directory

Google weet zelf ook dat algemeen zoeken heel veel irrelevante resultaten opleveren. Daarom heeft zij het web gerangschikt in categorieën. Ga naar http://www.google.nl/dirhp en zoek binnen de gewenste categorie.